SOM voert activiteiten uit die
bijdragen aan een betere
arbeidsmarkt voor werknemers
en werkgevers in het mbo.

Fasen teamontwikkeling

Fase 1: Taakvolwassenheidfase ‘Ieder voor zich

De teamleden willen wel, maar alleen individueel, ieder ‘gaat’ voor zijn eigen takenpakket. Dat komt omdat men het geheel niet overziet en vervolgens ook niet weet hoe ze dat moeten omzetten in daden. Er is geen gezamenlijk zicht op de meetlat en geen gezamenlijk eigenaarschap. De teamleden  reageren vooral  op instructies van de manager. ‘U vraagt en wij draaien’, maar ook ‘Dat hoef ik niet te doen’ of ‘Dat zit niet in mijn takenpakket’. Een andere veelgehoorde opvatting is: ‘Daar word jij toch voor betaald?’ De leidinggevende komt met voorstellen en met beslissingen. De medewerkers hebben de neiging de schuld en daarmee de verantwoordelijkheid bij de leidinggevende te leggen. Dus niet zelf het eigenaarschap op zich te nemen.. Dat kun je horen en afleiden uit opmerkingen als ‘Dat wist ik niet’ of ‘Niemand heeft mij geïnformeerd. Waarom hoor ik dat nu pas?’ Het lijkt alsof iedereen een rode loper verwacht, want ‘anders kan ik niet werken’. Onbewust onbekwaam.

Fase 2: ‘Ieder voor ons samen’

Het ontwikkelend of zoekend team (groep). De groep is zich bewust van het gezamenlijk doel en weet dat men afhankelijk van elkaar is om dat te bereiken. Het is zoeken naar rollen en werkwijzen die het teamdoel dichterbij brengen. Deze hele fase staat in het teken van verschillen. Verschil in tempo, verschil in waarden, telt het team of tellen de resultaten van het teamwerk en verschil in stijl en voorkeuren. Deze verschillen worden duidelijk door met elkaar in gesprek te gaan en elkaar feedback te geven. Vaak hebben teamleden in deze fase een wisselende motivatie over inzet en eigenaarschap, ze weten niet of ze willen omdat ze zich nu bewust zijn van wat ze niet kunnen! Zij zijn bewust onbekwaam en vinden dat niet leuk. Het irriteert ze zelfs. De kans dat ze minder presteren is groot omdat ze nu bewust nadenken over hoe het beter kan. Er is een groeiend besef van gezamenlijke meetlat, ook al stoeit het team nog met eigenaarschap, het willen. Bewust onbekwaam.

Fase 3: ‘Samen voor iedereen’

Het samenwerkend team (team). De teamleden werken synergetisch samen gericht op een goed resultaat. De teamleden voelen het teamdoel als hun verantwoordelijkheid en zijn bereid zo nodig hun eigenbelang daarvoor ‘opzij te zetten’. Het leuke van deze teams is dat ze zichzelf het leukste team vinden. En toevallig zijn ze dat ook! Ze hebben de woelige baren van de storm overleefd, iets dat niet altijd gemakkelijk is geweest. Ze zijn taakvolwassen en passen de ontwikkelde competenties vanzelfsprekend toe.Met andere woorden: het team kan het! Maar wil het helaas niet altijd. Bewust bekwaam.

Fase 4: ‘Wij en zij’

Het zelfsturend team. Het team legt de lat hoger en gaat zelf op zoek naar verbetermogelijkheden. Het team stelt zich zelf een nieuw en uitdagend doel (stuurt in die zin zichzelf ) in dienst van de klant en de organisatie. Het team is in staat de grenzen van de organisatie te overstijgen. In deze fase bruist het team van creativiteit: nieuwe producten, nieuwe samenwerkingsverbanden met onderdelen van andere organisaties om meerwaarde te krijgen en nieuwe diensten. Het team neemt als vanzelfsprekend nieuwelingen op die vanwege hun kwaliteiten ingezet worden. Onbewust bekwaam.