Hoe kun je als mbo goed regionaal samenwerken in het oplossen van arbeidsmarktvraagstukken zoals het lerarentekort? Deze vraag was een van de aanleidingen voor SOM om op 7 oktober online bijeenkomsten RAP-mbo te organiseren.

Mbo in de RAP: van kansen naar uitvoering

Het mbo is met 26 instellingen en 32 vestigingen vertegenwoordigd in 21 regio’s bij de Regionale Aanpak Personeelstekorten (RAP). Hoe kun je als mbo daarin de samenwerking positief beïnvloeden en nog meer samen bereiken bij het oplossen van vraagstukken op de arbeidsmarkt? Die vraag was aanleiding voor SOM om online bijeenkomsten RAP-mbo te organiseren.

Project- en programmaleiders en HR-professionals uit mbo’s die subsidie krijgen vanuit de RAP-regeling leren elkaar kennen en wisselen ervaringen uit op 7 oktober 2020. Drie thema’s komen aan de orde:

  1. regionale samenwerking van mbo en vo/po;
  2. sectoroverstijgende aanpak van arbeidsmarktknelpunten;
  3. effectievere aanpak van tekorten door samenwerking met andere partijen.

Regionale samenwerking van mbo en vo/po

De mate van samenwerking met het vo – en soms met het po – verschilt per regio. Waar al werd samengewerkt in de voorloper Regionale Aanpak Lerarentekorten (RAL), is er al meer vertrouwen en is samenwerking in de RAP vanzelfsprekender. Een integrale aanpak volgt in sommige regio’s uit de constatering dat vo en mbo dezelfde problemen tegenkomen, bijvoorbeeld in de tekorten bij exacte vakken en talen. Dat kan leiden tot een gezamenlijk informatiepunt, gezamenlijke werving en gezamenlijk inzicht in arbeidsmarktinformatie.

Sterke punten

In andere regio’s hebben vo en mbo aparte actielijnen, maar erkennen de sectoren elkaar en zien ze waarin ze van elkaar kunnen leren. Zo constateren deelnemers dat het mbo meer ervaring heeft met hybride docenten en zij-instroom dan het vo, omdat de bevoegdheidseisen in het mbo een minder grote rol spelen dan in het vo. Ook vinden ze dat het mbo de beroepsgroep meer betrekt bij het onderwijs. Als sterk punt van het vo zien ze de samenwerking met lerarenopleidingen.

Meer samenwerken

In een enkele regio ligt het accent op samenwerking van mbo’s onderling, omdat de gemeenschappelijke belangen daar groter zijn. Toch zouden ze baat kunnen hebben bij samenwerking met het vo: vmbo heeft behoefte aan techniekdocenten en vanuit het mbo zouden die ingezet kunnen worden. Er zijn op verschillende plaatsen al convenanten over personele uitwisseling. Ook op het gebied van loopbaanontwikkeling en mobiliteit is samenwerking van mbo en vo nuttig en kunnen er nog stappen in worden gezet.

Uitwisseling vo- en mbo-docenten

Vooral binnen techniek en dienstverlenende opleidingen is er op sommige plaatsen uitwisseling van vo- en mbo-docenten. Dat bevordert ook de samenwerking in het kader van doorlopende leerlijnen.

Belangrijk voor de juiste acties in de aanpak van arbeidsmarktknelpunten is een goed inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve vraagstukken die regionaal spelen. Verschillende regio’s baseren hun aanpak dan ook op kengetallen van de arbeidsmarkt en demografische gegevens.

En waar het vo onder andere gebruik kan maken van het Scenariomodel-vo, doen de mbo’s dit veelal vanuit goed geoutilleerde staforganisaties met eigen bedrijfsinstrumenten die ze gebruiken in hun strategische personeelsplanning. Ook op dit vlak is meer samenwerking mogelijk tussen vo en mbo.

Een enkeling noemt ook strategische personeelsontwikkeling: de insteek om met alle medewerkers een gesprek te voeren over de huidige functie, de toekomstige functie en ontwikkelingsmogelijkheden, om op die manier een optimale match tot stand te brengen tussen wat de school vraagt en de medewerker wil.

Must: een regionaal onderwijsloket

Een sectoroverstijgende activiteit is in ieder geval de opzet van een regionaal onderwijsloket, een must in de RAP-regeling: een loket waar potentiële beroepsbeoefenaars die geïnteresseerd zijn in het werken in het onderwijs, informatie kunnen krijgen over de routes naar het leraarschap in de verschillende sectoren, eventuele verkorte opleidingstrajecten en op welke wijze docenten uit het werkveld zelf gestimuleerd kunnen worden om een Pedagogisch-Didactisch Getuigschrift (PDG-traject) te volgen. Verder zijn er activiteiten als een instructeursopleiding voor de derde leerweg, een opleidingsschool die een rol heeft in inductie (begeleiding van startende docenten) en een gezamenlijke bijeenkomst voor geïnteresseerden in het onderwijs.

Samenwerking van sectoren binnen de RAP biedt veel kansen voor een effectieve aanpak van knelpunten in de onderwijsarbeidsmarkt, is de conclusie, maar de uitvoering moet nog beter op gang komen. Goede samenwerking is gebaseerd op onderling vertrouwen; dat kost tijd.

Effectievere aanpak van tekorten door samenwerking met andere partijen

Met name in de technische vakken zijn er tekorten. Door samenwerking met het bedrijfsleven is inzet van hybride docenten mogelijk: vakmensen die (deels) lesgeven. Dat helpt niet alleen het tekort te verminderen, maar ook wordt het onderwijs beter door de ingebrachte actuele vakkennis. Contacten met het bedrijfsleven opbouwen en onderhouden is bijvoorbeeld mogelijk in Leven Lang Ontwikkelen, het leren tijdens de loopbaan. Het zorgt voor onderwijsmogelijkheden, deels binnen bedrijven.

Samenwerking met andere partijen

In sommige regio’s is er samenwerking met programma’s en projecten zoals Sterk Techniek Onderwijs (STO), het Techniekpact en Sterk Beroepsonderwijs. Dat levert wel het nodige op in het terugdringen van tekorten en in het stroomlijnen van initiatieven, maar het betekent ook meer overleggen. Het is de kunst om op het juiste niveau in te zetten en niet alles te willen doen. Het schema met aspecten van samenwerking uit de Handreiking regionale samenwerking op personeelsgebied kan helpen om daarin de juiste keuzes te maken.

Daarnaast hebben mbo’s veelal twee rollen: die van werkgever en die van opleider naar bijvoorbeeld het vo- en po-veld. Ook hier liggen samenwerkingskansen in de RAP bij bijvoorbeeld het anders inrichten van je organisatie. Een OOP-er (opgeleid in het mbo) kan mogelijk een deel van de werkzaamheden van de leerkracht overnemen in de les- en behandeltaken.

Tips en successen

  • Voorkom en beperk de uitstroom van oudere docenten, houd hen vitaal.
  • Begeleid startende docenten zo goed dat ze niet uitvallen.
  • Benader oud-mbo docenten met de vraag of ze willen herintreden.
  • Houd te kleine opleidingen bij krimp van het aantal studenten niet in stand op je eigen roc, maar werk samen aan het behoud van alle richtingen en zorg dat die opleidingen dan op andere roc’s mogelijk zijn, gecombineerd met praktijkrichtingen uit het vo.
  • Bekijk de mogelijkheden van opleidingstrajecten voor instructeurs.
  • Bekijk de mogelijkheden voor zij-instromers en communiceer daarover.
  • Deel vacatures, niet alleen binnen het mbo, maar ook met po en vo.
  • Richt een goed loket in en stel bijvoorbeeld een ‘instroommakelaar’ aan.
  • Organiseer gezamenlijk webinars over instromen in het onderwijs.
  • Zoek verbinding met het bedrijfsleven en haak in op regiodeals vanuit praktijkgestuurd leren.
  • Ontwikkel een app gericht op de werving en plaatsing van hybride docenten voor vakspecialistische vacatures.
  • Probeer één ‘kanaal’ in te richten voor het opleiden van hybride docenten.
  • Laat je als mbo niet alleen zien als opleider, maar ook als werkgever.
  • Kijk nog meer bij elkaar in de keuken en maak gebruik van de onderlinge expertise. Hoe is de ervaring van het mbo met zij-instroom te vertalen in bruikbare elementen voor het vo?

Meer kennisdeling RAP-mbo

Deze eerste bijeenkomsten vormen een opmaat naar verdere kennisdeling vanuit SOM. Heeft u specifieke vragen over de RAP of wilt u graag met collega’s sparren over een bepaald thema? Laat het weten en stuur een mailtje naar info@sommbo.nl

Bekijk ook de presentatie

 

Leestips en achtergrondinformatie