SOM,

hét platform in het mbo
van werkgevers en
werknemers samen.

Long read lerarentekorten: het behouden van zij-instromers en hybride docenten door goede begeleiding

De overstap naar het onderwijs kan een grote overgang zijn en goede begeleiding vanaf de start draagt bij aan het voortijdig afhaken van zij-instroomkandidaten. Hoe zorgen we ervoor dat startende zij-instromers voor en tijdens de eerste weken een zachte landing maken? Het werven van nieuwe docenten is belangrijk, maar behouden is cruciaal. En hoe ervaren de zij-instromers de eerste weken op school? In deze long read staan voorbeelden uit het mbo en vo vanuit de Regionale Aanpak Lerarentekorten (RAP). Lees ook de verhalen die twee zij-instromers zelf vertellen:

Ervaringen RAP-regio Leiden, Duin en Bollenstreek

Het komt geregeld voor dat starters die als zij-instromer zijn aangenomen, in september al voor de klas staan, terwijl zij pas in februari of maart van start gaan met de lerarenopleiding. “Je wordt direct voor de leeuwen gegooid en dat kan heel oncomfortabel aanvoelen als je voor het eerst je stappen in het onderwijs zet. Je bent al aangenomen door een school, hebt geen ervaring voor de klas en je weet ook nog niet of je wordt toegelaten tot de docentenopleiding. Dat maakt de overstap naar het onderwijs wel spannend; we vragen kandidaten om hun schepen achter zich te verbranden, terwijl we geen garantie bieden”, zegt Kees van der Velden, projectleider van de RAP-regio Leiden, Duin- en Bollenstreek. Via deze RAP-regio worden zij-instromers voor het vo geregeld. Hij startte ooit zelf ook als zij-instromer en weet dus uit eigen ervaring hoe groot de overgang kan zijn. “Het is voor iedereen spannend om in een nieuwe werkomgeving te stappen, alles is nieuw en er zijn veel prikkels. Ook voor docenten die al ervaring hebben en overstappen naar een nieuwe school is de overgang vaak heftig. Laat staan voor mensen die nog geen lerarenopleiding hebben voltooid. Bovendien lopen ook de school als werkgever op deze manier te veel risico.”

Van der Velden geeft aan dat er regelmatig gesprekken worden gevoerd over het naar voren halen van het assessment zodat er vroeger kan worden gestart met de opleiding. “Het is nu, voornamelijk voor tweedegraads, zo georganiseerd dat je voor het assessment een portfolio moet opbouwen en proeflessen moet geven en dat gebeurt in dat eerste half jaar. We hopen dat daar op termijn wat meer beweging in komt. Docentenopleiders zeggen wel eens ‘laat de starter maar een half jaar kijken of het iets voor ze is’. Het eerste half jaar wordt dan gezien als een oriëntatiefase, maar die fase heeft de kandidaat in dit stadium al afgerond: hij is al verantwoordelijk voor leerlingen en wij zijn met z’n allen verantwoordelijk voor een goede start van de zij-instromer.” 

Pas voor de Klas

De RAP-regio Leiden, Duin- en Bollenstreek heeft de laatste twee jaar veel zij-instromers geplaatst en vindt het onwenselijk dat zij zich door de organisatie van het zij-instroomtraject in de eerste periode op glad ijs bevinden. Van der Velden: “We kunnen dit probleem in het eerste half jaar niet helemaal oplossen, maar wel begeleiding bieden zodat ze de eerste weken goed doorkomen. Onze regio probeert alle zij-instromers zo goed mogelijk voor te bereiden en kennis te laten maken met het onderwijs en we zien dat meer regio’s begeleiding willen bieden ter overbrugging van die eerste maanden.” De RAP-regio Leiden, Duin- en Bollenstreek verzorgt al een tijd trainingen via Docententrainer voor alle startende zij-instromers en heeft onlangs ook de module ‘Pas voor de Klas’ ontwikkeld voor zij-instromers die al door een school zijn aangenomen. “De Hogeschool van Amsterdam heeft deze module ontwikkeld en alle regio’s die met de hogeschool werken, kunnen daarbij aanhaken. Tijdens ‘Pas voor de Klas’ behandelen we onderwerpen waar een startende docent mee te maken krijgt in de eerste fase, zoals klassenmanagement en het voorbereiden van lessen. Hoe zorg ik voor een goede sfeer in de klas, hoe zorg ik dat er orde is, hoe geef ik goede instructies en goede feedback? Tijdens drie bijeenkomsten van een dagdeel en met drie intervisies, die worden verzorgd door de docenten van de hogeschool, zorgen we dat de startende zij-instromers wat meer ruggensteun krijgen en steviger voor de klas staan.

‘Pas voor de klas’ vindt plaats in september, biedt plaats voor ongeveer 15 kandidaten en dit jaar hebben 9 startende zij-instromers voor het eerst de module gevolgd. We willen eigenlijk nog meer aanbieden in de zomerperiode maar het moet wel haalbaar zijn. Onze regio betaalt deze module vanuit de RAP-middelen omdat we het belangrijk vinden dat we voldoende zij-instromers aantrekken en ook kunnen behouden voor het onderwijs. We pleiten ervoor dat ‘Pas voor de Klas’ en vergelijkbare modules ook erkend worden door de lerarenopleiding. Liefst zien we dat zo’n module meetelt in het assessment of een ander soort vinkje oplevert waardoor de studielast afneemt, zodat de kandidaten ook het gevoel hebben dat ze alvast zijn begonnen.”

MBO: trajecten voor hybride docenten en zij-instromers

Het mbo werkt volgens Rosanne Koops, coördinator ‘Opleiden in de School’ bij ROC Midden Nederland heel graag met zij-instromers en hybride docenten. “Zij brengen actuele vakkennis met zich mee en een nieuwe dynamiek in het team. Een hybride docent, vraagt wel om andere begeleiding dan een startende fulltime docent. Zij vullen hun vakkennis aan met didactische vaardigheden. Wij hebben twee trajecten:

• Training voor de hybride professional die max 0,39 fte in het onderwijs werkt (is 1 module van het daadwerkelijke PDG) • PDG voortraject voor de zij-instromer (supportgroep van 5 bijeenkomsten voordat deze deelnemers starten met het daadwerkelijke PDG-traject).

Daarmee leren zij hoe zij hun vakkennis goed over kunnen brengen en met de groepsdynamiek in een klas om kunnen gaan. Naast het volgen van de bijeenkomsten, krijgen zij bij onze ROC’s begeleiding van een docent die vast in het onderwijs werkt, ze wat meer wegwijs kan maken en feedback kan geven. We steken veel energie in deze begeleiding omdat we de hybride docenten graag behouden. Het onderwijs loopt vaak wat achter met vakkennis en zij staan met een been in de huidige praktijk.”

De Rode Loper

De regio Den Haag kampt al jaren met een fors lerarentekort en zet alles op alles om dat terug te dringen. Om startende zij-instromers goed te begeleiden, heeft de gemeente Den Haag al 15 jaar geleden het programma De Rode Loper opgericht, één van de partners in de overkoepelende campagne Leraar van Buiten van de regio Haaglanden, Rijnmond en Groene Hart. “De problematiek wordt in deze regio’s steeds groter, inmiddels loopt ook het tekort in vakken als Nederlands en Engels fors op. We proberen met initiatieven als De Rode Loper, een traject voor en door docenten, de schade zoveel mogelijk te beperken”, zegt Gert van den Ham, programmamanager van De Rode Loper. “In het begin waren we nog niet zo gericht op zij-instroom maar dat wordt de laatste jaren nadrukkelijker uitgerold. Zij-instromers worden niet meer gezien als een lapmiddel voor een acuut tekort maar als een belangrijke doelgroep voor de werving en die beweging zal de komende decennia zeker groeien. In de regio Den Haag bestond bij de start van dit schooljaar al 35 procent van het aantal docenten uit zij-instromers, dus dat is echt een substantieel deel.”

Rugzak vullen

Mensen interesseren voor het onderwijs is belangrijk, maar de juiste kandidaten behouden is echt cruciaal, benadrukt Van den Ham. “Wij zien dat veel zij-instromers de overstap toch erg groot vinden, zeker als ze direct in het diepe worden gegooid. Er is een periode geweest dat maar liefst 40 procent van de startende zij-instromers weer uitstroomde en dat moeten we zien te voorkomen. Je doet veel moeite om mensen te werven voor het onderwijs en op die manier is de ‘return on investment’ nul. In onze regio hebben we diverse programma’s opgezet om te zorgen voor een zachte landing, bijvoorbeeld via de module ‘Start voor de klas’ van De Rode Loper. We hebben deze module vorig jaar ontwikkeld en inmiddels hebben al zo’n 40 tot 50 mensen deelgenomen. Je volgt deze module in de eerste weken of nog voordat je op een school van start gaat. Als je bijvoorbeeld in mei of juni bent aangesteld, dan kun je in de zomer nog aansluiten. We doen er alles aan om juist in die begintijd de rugzak aardig te vullen. ‘Start voor de klas’ brengt de basis van de pedagogisch-didactische training op een plezierige manier voor het voetlicht: hoe houd ik orde, hoe bereid ik mijn les voor of hoe ga ik om met een moeilijke groep. Maar we geven ook inzicht in het puberbrein en wat startende docenten op dat gebied kunnen verwachten. Daarnaast zorgen we natuurlijk voor intensieve begeleiding van de startende zij-instromers en zijn er altijd collega’s die meekijken en ondersteunen waar ze kunnen. Al die aspecten kunnen de eerste periode wat aantrekkelijker maken, maar uiteindelijk moet je het toch in je eentje doen.”

Inductieperiode

Van den Ham geeft aan dat veel scholen zich inspannen om, nog vooruitlopend op het bevoegdheidstraject, sterke begeleiding te bieden aan startende zij-instromers. “Wij organiseren met de scholen ook het programma ‘netwerkvorming’, zodat de startende zij-instromers van verschillende scholen elkaar weten te vinden, ervaringen uit kunnen wisselen en elkaar kunnen versterken. Daarnaast heeft het Haags Inductieprogramma op alle 45 betrokken scholen de inductieperiode in het leven geroepen, aangejaagd door De Rode Loper. Daarbij worden nieuwe docentengroepen begeleid met gerichte programma’s zodat ze een stevigere grond onder de voeten hebben als ze voor de klas staan.”

Van werven naar begeleiden

Hoe verhouden de verschillende modules die startende zij-instromers op weg helpen in de eerste periode, zich tot het regionaal loket? Volgens Kees van der Velden lopen die twee aspecten in de RAP-regio Leiden, Duin- en Bollenstreek in elkaar over: “Ons loket richt zich op werven, informeren en begeleiden. Daardoor hebben we goed zicht op de kandidaten en weten we wie er in aanmerking komt voor de module ‘Pas voor de klas’ of voor de Docententrainer. Dat is een doorlopend traject en achteraf kunnen we ook via het loket peilen hoe de kandidaten deze modules hebben ervaren. De RAP-regio heeft het loket al in een vroege fase opgericht en daardoor kunnen we nu ook goed zien wat er beter kan. Wij willen onze kandidaten niet ‘koud’ afleveren bij een lerarenopleiding, maar blijvend helpen totdat zij een baan vinden en de scholen een goede nieuwe docent rijker zijn. Daarbij beantwoorden we ook vragen over de school als werkomgeving of wat is een reëel salaris en we hebben ook vragenuurtjes georganiseerd met HRM. Het loket speelt dus nog tot vrij laat in het proces een grote rol en we horen wel eens terug dat als die begeleiding er niet zou zijn, kandidaten vroegtijdig waren afgehaakt. Bovendien zijn de scholen ook blij met de begeleiding, ze krijgen goede kandidaten en staan er dus voor open om met meer zij-instromers in zee te gaan.”

Uitstroom verminderen

Gert van den Ham legt uit dat De Rode Loper in feite op gemeentelijk niveau zijn eigen loket is. “Een goede begeleiding start al met de werving, de informatiebijeenkomsten en alle andere initiatieven die mensen moeten verleiden tot een loopbaan in het onderwijs. Je gebruikt de voorlichting als een trechter. Het programma van Leraar van Buiten werkt met drie themabijeenkomsten:

  1. we vertellen hoe het is om te werken op een school,
  2. we leggen uit hoe de bevoegdheidstrajecten eruitzien en
  3. we gaan nader in op de arbeidsvoorwaarden.

Wie na die oriëntatie nog overblijft, kan twee dagen meelopen op een school en de sfeer proeven. De kandidaten die daarna overblijven, bieden we de modules aan via De Rode Loper. Onze begeleiding gaat door tot de eerste paar maanden lesgeven en daarna is het de verantwoordelijkheid van de scholen, die zich ook steeds meer inspannen om voor een goede landing te zorgen. Iedereen is zich heel bewust van de noodzaak van dit stapje extra om de zij-instromers te verwelkomen en te behouden, dus ik verwacht dat ook de uitstroom op termijn zienderogen minder zal worden.”

Meer informatie