SOM,

hét platform in het mbo
van werkgevers en
werknemers samen.

Longread aanpak lerarentekorten: Rap op stoom, opbrengsten aan regionale aanpak

“Resultaten moeten tot in het klaslokaal verankerd worden” 

Eind april organiseerde Voion verdiepingssessies over de regionale aanpak personeelstekorten met als titel RAP op stoom. De projectleiders van de verschillende RAP-regio’s kwamen virtueel bij elkaar om ervaringen uit te wisselen en actuele vraagstukken te bespreken. Joost Franssen (RAP Noord- en Midden-Limburg) en Irene van Noort (RAP RPO Rijnmond) vertegenwoordigen twee heel verschillende regio’s maar herkennen de gezamenlijke doelstelling van de projectleiders: “Het RAP-traject moet diep in de schoolorganisatie verankerd worden. Uiteindelijk gebeurt het allemaal in het klaslokaal.” 

Irene van Noort en Joost Franssen zien de verdiepingssessies met projectleiders uit verschillende regio’s, als sparren met collega’s in veld. “Het is goed om te horen welke mooie initiatieven er in het land ontstaan. De bijeenkomsten bieden inspiratie en informatie, ze helpen om de gedachten te ordenen en de gewenste aanpak te concretiseren”, zegt Irene van Noort. Joost Franssen vindt het prettig dat hij dankzij de verdiepingssessies de projectleiders in beeld heeft en zicht krijgt op de initiatieven in het land: “Er gebeuren heel veel interessante dingen in de verschillende regio’s, de ene regio is vergevorderd met de inzet van hybride docenten en de andere met werving of samenwerking met het bedrijfsleven – je kunt er de voorbeelden uitpikken die je aanspreken en van elkaars vorderingen leren.”

Uiteindelijke doel

Irene van Noort is sinds juli 2020 als programmaleider verbonden aan de Opleidingsschool RPO Rijnmond, waar de instituten van Lerarenopleidingen en de scholen samen inhoud geven aan het curriculum onder de noemer Samen Opleiden. “Samen met de RAP vormt onze opleidingsschool een krachtige combinatie die bijdraagt aan het borgen van kwaliteit in het onderwijs. De RAP gaat over in-, door- en uitstroom van personeel in de gehele regio. Je kunt op deze manier de samenwerking tussen de besturen versterken, waarbij je vooral zoekt naar cohesie en verbinding om het gezamenlijk belang zo goed mogelijk te dienen. Bij de RAP draait het om regionaal arbeidsmarkt- en personeelsbeleid, maar het uiteindelijke belang is kwalitatief sterk onderwijs.” Joost Franssen is als senior consultant van CINOP al decennia actief in de driehoek gemeenten, bedrijven en onderwijs. “Ik ben met name gericht op het mbo, de beroepsopleidingen staan dicht bij het bedrijfsleven en ik houd van complexe samenwerkingsvraagstukken. Zo heb ik in Midden- en Zuid-Limburg al diverse samenwerkingen begeleid en in Brabant een opleidingsschool helpen opzetten, met twee grote vo-besturen, twee hogescholen en een universiteit.”

Verschillende behoeftes

Joost en Irene vertegenwoordigen twee totaal verschillende regio’s met elk hun eigen specifieke behoeften en hun eigen invulling van RAP sluit daar naadloos bij aan. Zo heeft de regio Rijnmond te maken met forse groei in de gemeenten rondom de stad Rotterdam terwijl aan de ‘randen van de regio’ het aantal leerlingen juist sterk daalt. Noord- en Midden-Limburg is een krimpregio, met een vergrijsde docentenpopulatie. De uitstroom van docenten vanwege pensionering en de krimp van het aantal leerlingen zijn hier redelijk tegen elkaar weg te strepen. Daar schuilt dan ook gelijk het gevaar in dat er geen ‘verjonging’ van het personeelsbestand plaatsvindt. Franssen werkt samen met twee vo-besturen, één mbo en een Hogeschool in zijn Limburgse regio. “De urgentie van lerarentekort wordt hier niet direct gevoeld. Daarom heb ik eerst de besturen ervan overtuigd dat we nu actie moeten ondernemen om problemen in de toekomst te voorkomen. We hebben ons ‘onderbuikgevoel’ over de personeelsbehoefte in onze krimpregio gestaafd met de prognoses van het Scenariomodel-VO. Daarna zijn samen met de bestuurders de gedeelde ambities in kaart gebracht: duurzame inzetbaarheid en onderwijsinnovatie. De opdracht die we als RAP-regio hebben, gaat over aantrekkelijk onderwijs voor studenten maar ook over aantrekkelijk werkgeverschap. Ik ben er trots op dat er al veel is bereikt in een korte tijd en in een lastige coronaperiode, waarin het moeilijk is om samen te komen en docenten al zwaarbelast zijn. Alle schoolbesturen staan inmiddels op een lijn en dragen het belang van RAP uit in hun organisaties. De verschillende initiatieven leven al echt en er is interesse vanuit de schoolleiders, dus we zijn echt op stoom.”

Eén van de projecten in de regio van Franssen is het bevorderen van de mobiliteit van docenten, bijvoorbeeld via detachering. “We willen docenten graag wat mobieler maken en op meerdere scholen inzetten. Docenten hebben het wel vaak over de loopbaanontwikkeling van studenten, maar ze zijn zelf redelijk loopbaan-robuust. Ook startende docenten willen we wat meer ruimte geven voor zelfontplooiing. Nu krijgen zij in het begin van hun loopbaan vaak allerlei taken in de maag gesplitst en we zien dat er na twee, drie jaar al veel uitval is. Met de RAP-subsidie willen we ervoor zorgen dat zij wat meer rust krijgen en dat het werk aantrekkelijk blijft – mét een team dat niet te vast in een stramien zit.”

De RAP-regio waar Irene van Noort verantwoordelijk voor is, voelt het nijpende lerarentekort wel degelijk en is daar ook intensief mee bezig. Het programma van Platform Rijnmond bestaat uit zes pijlers: Leraar van Buiten voor zij-instroom in tekortvakken, Korte metten maken met lang studeren in tekortvakken, Samen Opleiden en inductie vergroten voor instroom jonge en startende leraren, Strategisch HR-beleid en professionaliseringstrajecten, invoeren van andere concepten biedt ruimte aan onderwijsloopbanen met Anders organiseren’ en tot slot Borging in de organisatie van opleidingsschool RPO Rijnmond (Samen Opleiden) en Platform Rijnmond. “Hiervoor werken 14 aan de RAP deelnemende besturen, met een uitbreiding van toetredende besturen, uit onze regio samen”, vertelt Irene van Noort. ”De grootste programmalijn is ‘Leraar van Buiten’, waarbij we zij-instromers werven en begeleiden. Dit project heeft vanuit de Opleidingsschool een zelfstandig projectleider en het is de wens om de activiteiten in Leraar van buiten in lijn te houden met de strategische personele planning in relatie tot de tekortvakken.” Irene van Noort is verheugd dat zoveel schoolbesturen in de regio Rijnmond elkaar hebben weten te vinden. De inzet van de aanvullende middelen vanuit Extra hulp voor de klas, een subsidie die eveneens op RAP-niveau georganiseerd moest worden, is hierdoor ook in korte tijd van de grond gekomen. “De bestaande RAP-organisatie zorgde dat veel administratieve rompslomp op voorhand uit handen van de besturen is genomen en we opgeruimd van start konden. Met Extra handen voor de klas is financiële ruimte gecreëerd om ook studenten praktijkervaring te laten opdoen. In de RAP kijken we weer wat we uit die ervaring mee kunnen nemen.”

Zowel Joost als Irene zijn extern projectleider voor hun RAP-regio. Joost: “Omdat je een relatieve buitenstaander bent en niet direct verbonden aan één schoolbestuur, kun je ervoor zorgen dat kennisdeling en onderwijsinnovatie elkaar versterken. Die rode draad houd ik bij elk ingediend deelproject in de regio in het achterhoofd; er bestaat namelijk het risico dat een RAP-traject niet buiten de HRM activiteiten komt. We spreken dan ook liever van strategische personeelsontwikkeling in plaats van planning.” Irene van Noort kan zich daar helemaal in vinden: “HRM-werkzaamheden dienen altijd de kwaliteit van het onderwijs, want dat is ons product. Het roosteren en de HRM-activiteiten vanuit de RAP zijn een middel en niet het doel. Als projectleider van de RAP ben ik onder meer met bestuurders in overleg. De volgende stap is het consolideren van de projecten zodat ze uiteindelijk bijdragen aan innovatie en onderwijs waar leerlingen en docenten plezier aan beleven.”

Docenten bereiken

Franssen: “Om je activiteiten te kunnen verankeren, moet je als projectleider beseffen dat de verandering met en door docenten gebeurt. Wij zijn nu een half jaar bezig met het RAP-traject. Daarnaast zijn er in onze regio al eerder veel goede initiatieven opgezet, zoals de Leraar van morgen en didactisch coachen en met de RAP middelen kunnen we daaraan een impuls geven. Daarom heb ik besloten om niet alleen met bestuurders en HRM te overleggen, maar me meer op de schoolleiders en afdelingsleiders te richten om zo ook de docenten te bereiken. De initiatieven die nu zijn opgestart, moeten goed verankerd worden tot in het klaslokaal. Het zweet moet bij wijze van spreken op de rug van de docenten staan. Zij zijn het hart van de innovatie en hebben een enorme schat aan ervaring, die willen we benutten, maar we willen hen ook uitdagen. Als je het alleen hebt over detacheren, dan blijf je in de HR-hoek, dus we zetten ook in op professionalisering voor docenten, zoals didactisch coachen. Zo schuif je de praktische oplossingen en onderwijsinnovatie over elkaar heen. ”

Van pionieren naar consolideren

De initiatieven van de RAP-regio’s in het land zijn volop in ontwikkeling; de trajecten zijn uitgezet en de budgetten zijn verdeeld, zo bleek uit de verdiepingssessies RAP op stoom. De projectleiders hebben zich tijdens de verdiepingssessie onder andere gezamenlijk gebogen over de vraag hoe de initiatieven van RAP goed verankerd kunnen worden. “Wij leggen tijdens de RAP een infrastructuur aan die alle onderwijsinstellingen verbindt, van po tot mbo en van techniekonderwijs tot hbo en in de toekomst ook de universiteit. Dat is heel waardevol en toekomstbestendig”, zegt Joost Fransen. Irene van Noort: “Het is een rijdende trein, er worden fantastische programma’s opgezet. We buigen ons nu over de vraag hoe we van pionieren naar consolideren gaan en die zoektocht herken ik bij de andere projectleiders.”

Meer informatie