Ga direct naar de inhoud

Inzicht in uitval van mbo medewerkers: werkstress

Steeds meer mbo‑medewerkers verlaten het onderwijs binnen de eerste jaren. Uit onderzoek van SOM blijkt dat één op de vijf nieuwe mbo‑docenten al na één jaar uitstroomt, oplopend tot ruim 30 procent na drie jaar. Om beter te begrijpen waarom dit gebeurt en wat scholen kunnen doen om medewerkers te behouden, ontwikkelde SOM vijf casussen gebaseerd op onderzoek naar levensfasen, werkbeleving en vertrekredenen.

Deze casussen zijn uitgewerkt in de vorm van persona’s: fictieve, maar realistische mbo‑professionals die laten zien hoe werkomstandigheden, werkdruk, begeleiding en persoonlijke factoren invloed hebben op werkplezier en duurzame inzetbaarheid. De persona’s maken het mogelijk om open te praten over knelpunten zonder dat echte medewerkers zich kwetsbaar hoeven op te stellen.

Sharon is één van deze persona’s. Als docent Rekenen laat zij zien hoe werkstress kan ontstaan, hoe belangrijk het is om signalen tijdig te herkennen en welke rol collega’s, leidinggevenden en afspraken binnen het team spelen bij het herstellen van balans. Haar verhaal biedt herkenning én praktische handvatten voor iedereen die in het mbo werkt.

Kun je wat over jezelf vertellen?

In gesprek met Sharon

Mijn naam is Sharon Martis en ik ben 38 jaar oud. Ik woon in het gezellige Maastricht en werk voltijds als docent rekenen op een mbo-school. Omdat mijn werk in de buurt is, kan ik fietsend naar school. Met mijn partner en twee kinderen geniet ik vaak in het weekend van familiebezoeken, uitjes naar een museum of dansen. Ik heb daardoor een druk, maar gezellig leven. Het is belangrijk om de tijd die je hebt met je dierbaren door te brengen. Pluk de dag, hoe cliché ook, is echt mijn motto.

Waarom besloot je om mbo-docent te worden?

Zelf genoot ik van mijn onderwijstijd. Voor mij was mijn opleiding bedoel om economisch onafhankelijk te worden; daarnaast bood het me zoveel inzichten dat ik dat de generaties na mij ook gun. Ik probeer ze echt te inspireren om alles uit het leven te halen en te zorgen voor een stabiele toekomst. Rekenen voelt soms voor de studenten als een ‘moetje’ in plaats van dat ze er veel energie van krijgen. Toch probeer ik ze altijd te motiveren tijdens het vak door te verwijzen naar de dagelijkse praktijk. Waar ik het meest van geniet is het werken met de studenten en hun een vliegende start te geven in hun verdere loopbaan.

Hoe ziet jouw dag eruit?

Ik verzorg rekenlessen voor met name studenten van de opleidingen Financiële Beroepen, niveau 2 tot en met 4. Het is uiteraard belangrijk om dit zoveel als mogelijk te koppelen aan de beroepspraktijk. Om de aandacht van de studenten vast te houden wissel ik af in werkvormen. Ik werk bijvoorbeeld graag met Doorloopjes. Doorloopjes zijn korte, duidelijke stappenplannen om instructie geven, motivatie verhogen, of orde houden beter aan te pakken. Gebaseerd op onderzoek én praktijk. Daarnaast hebben we binnen het team de teamtaken verdeeld en pak ik Studieloopbaanbegeleiding (SLB) op. Het is fijn dat ik mijn zorgzaamheid daarin kwijt kan. Werken in het onderwijs kan soms wel druk zijn. De waan van de dag overheerst, maar ik ben een multitasker en dat helpt. Gelukkig kan ik vaak ’s avonds, als de kinderen op bed liggen, naar dansles. Dat is voor mij de manier om alle indrukken van de dag los te laten.

Waar loop je tegenaan?

Het voltijd werken en een gezin is best een zware combinatie. Ik heb vorig jaar last gehad van overbelasting. Ik had het gevoel zowel onder werktijd als thuis geen rust meer te hebben en altijd aan te moeten staan. Dat brak me op. Ik heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel en plichtsbesef, waardoor ik de balans tussen werk en privé kwijtraakte. Mensen om me heen spreken van werkdruk, maar ik zie het meer als werkstress. De werkdruk werd te veel, waardoor ik werkstress kreeg. Ik begon me te herkennen in de signalen van werkstress.

“Ik doe dit werk omdat ik geloof in mijn studenten — maar soms voelt het alsof ik mezelf verlies in alles wat er van mij wordt gevraagd.”

Wat herkende je bij jezelf?

Zoals ik eerder aangaf ben ik een multitasker en houd ik normaal alle ballen omhoog. Dat lukte me steeds minder goed. Ik was snel afgeleid of vergat dingen. Ik was sneller geïrriteerd, zowel thuis als op werk, en sliep ook slechter. Ik merkte een opgejaagd gevoel, ook op de momenten dat ik het wat rustiger had.

Hoe ben je daar weer uit gekomen?

Gelukkig signaleerde ik het gevoel op tijd met behulp van collega’s, leidinggevende en mijn partner. Mijn partner en ik hebben in principe de taken eerlijk verdeeld, maar hij nam tijdelijk wat meer op zich. Daarnaast heb ik samen met mijn leidinggevende inzichtelijk gemaakt waar mijn energie minder of juist meer van werd. Dit gaf zoveel inzicht dat we ook met het team bespraken waar ieders energie naartoe gaat. Nu hebben we concrete stappen genomen om overbelasting of werkstress bij mij of andere teamleden in de toekomst te voorkomen.

“Door met je teamleden inzichtelijk te maken wat ieders behoeften zijn, kan je concrete afspraken maken om elkaar daarin te ondersteunen.”

Concreet: wat heb je met het team besproken?

Doordat we met het team ieders energiebronnen en –vreters hebben besproken, konden we ook elkaars behoeften bespreken. Die behoeften hebben we vervolgens omgezet in concrete afspraken. Voor mij is het bijvoorbeeld belangrijk om gedeelde verantwoordelijkheid na te streven. Ik voelde me, en soms onterecht, degene op wie anderen leunden. Ik zag een ongelijkheid in bijdragen. Daar hebben we nu concrete afspraken over gemaakt. En doordat we met de teamleden werkdruk hebben besproken, merk ik dat we elkaar ook opzoeken en peilen hoe we ons voelen. Het is fijn om elkaar daarin te (onder)steunen. Ik merk dat we ook echt elkaar om hulp vragen als het even te veel wordt. Door dit gesprek is ons team nóg sociaal veiliger geworden.

En welke afspraken heb je gemaakt met je leidinggevende?

Mijn leidinggevende heeft regelmatig aandacht voor mijn welzijn. Ze vraagt hoe ik me voel en helpt grenzen te stellen en rustmomenten in mijn werk te creëren. En tuurlijk, soms is dat niet altijd mogelijk. Je hebt soms piekmomenten, maar belangrijk is dat die balans wel te vinden is. Daar is mijn leidinggevende alert op. Ook voel ik de waardering en erkenning voor mijn werk en voor het combineren van een voltijdbaan met een gezin. Gezien worden, zo zou ik het willen noemen.

Welke tips geef je aan iemand die dat gevoel van overbelasting herkent?

Het is belangrijk om naar eigen vermogen zorg te dragen voor je gezondheid. Het is echt belangrijk om je situatie bespreekbaar te maken met je leidinggevende en collega’s. Alleen op die manier kunnen zij je helpen met concrete maatregelen. Ook de vakbond, OR of een vertrouwenspersoon kan je ondersteunen en advies geven.

Wat mij erg hielp was het inzichtelijk maken waar stress vandaan komt door bijvoorbeeld een werkdrukdagboek bij te houden. In zo’n werkdrukdagboek kun je de volgende punten bijhouden:

  • Wat je doet, dus taken en tijdsduur;
  • Wanneer je je gespannen of opgejaagd voelt;
  • Wat je energie kost vs. wat je energie geeft;
  • Momenten waarop je je onderbroken voelt of (te veel) moet multitasken.

Het is belangrijk om de  structurele oorzaken van stress in kaart te brengen. Zijn er meer taken dan waarvoor uren beschikbaar zijn? Of is er onduidelijkheid over bepaalde verantwoordelijkheden? Dit inzichtelijk maken geeft je een houvast om het gesprek aan te gaan met je leidinggevende en te kijken waar eventuele verbetermogelijkheden zijn.

Ook heb ik geleerd over wat je vanuit de cao voor mogelijkheden hebt. Volgens de cao mbo  2025-2026 hebben alle werknemers recht krijgen op de 59 uur scholing en professionalisering.

Verder staat in de cao mbo 2025-2026 dat iedere werknemer ten laste van het scholingsbudget van de school jaarlijks recht heeft op de besteding van een bedrag van 500 euro ten laste van het scholingsbudget aan scholing en professionalisering t.b.v. diens werk of loopbaan.  Deze tijd kun je gebruiken voor activiteiten die je helpen om beter om te gaan met werkdruk, zoals trainingen in timemanagement of stressreductie. Bespreek dit uiteraard met je leidinggevende! Maar dit gaf mij extra mogelijkheden om mijn overbelasting aan te pakken.

Mocht je er niet uitkomen hoe je risico’s van werkstress moet beheersen: jouw werkgever is wettelijk een zogenaamde risico inventarisatie en evaluatie te doen (RI&E). Je kunt bij de HR-afdeling vragen Hierin wordt ook psychosociale arbeidsbelasting, zoals werkdruk en stress, meegenomen. Op basis hiervan wordt een plan van aanpak opgesteld om deze risico’s te beheersen.

Deze activiteit is mede mogelijk gemaakt met MDIEU-subsidie van het ministerie van SZW.

Meer Praktijkvoorbeelden