Ga direct naar de inhoud

Inzicht in uitval van mbo medewerkers: loopbaanontwikkeling

van SOM blijkt dat één op de vijf nieuwe mbo‑docenten al na één jaar uitstroomt, oplopend tot ruim 30 procent na drie jaar. Om beter te begrijpen waarom dit gebeurt en wat scholen kunnen doen om medewerkers te behouden, ontwikkelde SOM vijf fictieve casussen gebaseerd op onderzoek naar levensfasen, werkbeleving en vertrekredenen.

Deze casussen zijn uitgewerkt in de vorm van persona’s: fictieve, maar realistische mbo‑professionals die laten zien hoe werkomstandigheden, werkdruk, begeleiding en persoonlijke factoren invloed hebben op werkplezier en duurzame inzetbaarheid. De persona’s maken het mogelijk om open te praten over knelpunten zonder dat echte medewerkers zich kwetsbaar hoeven op te stellen.

Moutaz is één van deze persona’s. Als docent Nederlands laat hij zien hoe loopbaanontwikkeling kan helpen bij het behoud van mbo-medewerkers, hoe belangrijk het is om signalen tijdig te herkennen en welke rol HR en leidinggevenden kunnen spelen. Zijn verhaal biedt herkenning én praktische handvatten voor iedereen die in het mbo werkt.

Kun je wat over je zelf vertellen?

Mijn naam is Moutaz Kasmi en ik ben 45 jaar. Ik woon in Tiel, samen met mijn vrouw en twee pleegkinderen. Al twintig jaar werk ik als docent Nederlands op een mbo-school in Utrecht. Momenteel werk ik 32 uur per week. In het begin was het flink zoeken naar balans, maar inmiddels heb ik een werk-privéritme gevonden waar ik me prettig bij voel. Daardoor heb ik tijd om te sporten – ik boks graag-  en ik vind het heerlijk om met mijn gezin weekendjes weg te plannen of gewoon samen te koken.

Twintig jaar in het onderwijs – Hoe houd je jezelf scherp in een vak dat zo vertrouwd is geworden?

Goede vraag. Ik denk dat het begint met nieuwsgierigheid. Ik volg ontwikkelingen in het taalonderwijs, lees af en toe vakliteratuur en probeer ook van collega’s te leren. Laatst had een collega een lesopzet gemaakt rond spoken word-poëzie — dat sprak me enorm aan. Dus ik heb dat concept gepakt en aangepast voor mijn eigen studenten. Dat soort impulsen zorgen ervoor dat ik niet in mijn eigen vaste patroon blijf hangen.

Wat houdt je gemotiveerd na twintig jaar in het onderwijs?

De studenten. Iedere generatie is anders, en dat daagt mij uit om met een frisse blik naar mijn vak en de lesinhoud te blijven kijken. Mbo’ers zijn puur. Wat je ziet is wat je krijgt. Daar hou ik van. Ik voel me thuis op deze school en binnen het team. De sfeer is goed, en dat is niet vanzelfsprekend. Ik wil onderdeel blijven van dit mooie systeem waarin we jongeren helpen hun plek te vinden in de maatschappij.

En toch hoor ik dat je soms met twijfels zit?

Klopt. Ik zit in een fase waarin ik me afvraag: is dit het nou? Begrijp me goed — ik doe mijn werk met plezier, maar ik merk dat het me minder uitdaagt dan voorheen. De lesstof herhaalt zich, de structuur van de schooljaren ligt vast, en het voelt soms alsof ik in een soort automatische piloot ben beland. Dat knaagt. Zeker als je weet dat je nog minimaal twintig jaar moet werken.

Waar merk je dat nog meer aan?

Ik word sneller onrustig. Als het lesgeven en de teamoverleggen te voorspelbaar worden, begint het bij mij te jeuken. Dan ga ik fantaseren over ‘iets anders doen’. Niet omdat ik weg wil bij deze school, maar omdat ik voel dat ik mezelf opnieuw moet uitvinden. Soms denk ik: als ik nu niets verander, zit ik hier over tien jaar nog precies zo. En dat idee beangstigt me meer dan ik had verwacht.

Heb je al concrete stappen gezet?

Ja! Ik ben begonnen met oriënteren. Niet op een andere baan, maar wel op hoe ik mezelf binnen mijn huidige functie kan blijven ontwikkelen. Ik heb gesprekken gevoerd met mijn leidinggevende en een loopbaancoach. Daarin kwam naar voren dat ik behoefte heb aan inhoudelijke verdieping. Misschien een masteropleiding, of een specialisatie binnen het taalonderwijs, zoals vakdidactiek of toetsontwikkeling. Ook zou ik het interessant vinden om nieuwe docenten te begeleiden of een rol te spelen in onderwijsvernieuwing. Door de jaren heen heb ik namelijk veel ervaring opgedaan. Het zou mooi zijn als ik deze ervaring kan benutten en het mbo-onderwijs verder kan helpen ontwikkelen.

Wat helpt je om weer inspiratie te vinden in je werk

Tijd nemen om even uit de routine te stappen. Ik heb bijvoorbeeld eens een periode lesgegeven aan anderstalige mbo-studenten binnen een entree-opleiding. Dat gaf zoveel energie, nieuw publiek, ander tempo, andere aanpak. Zulke tijdelijke ‘zijsprongen’ geven me weer zin. Ook probeer ik mijn lessen anders in te richten, met meer projectmatig werken, debatten of een andere creatieve insteek. Dat haalt de sleur eruit.

Wat had je nodig vanuit de organisatie om weer gemotiveerd aan het werk te gaan?

Ruimte. En dan bedoel ik ruimte in de brede zin van het woord: tijd om nieuwe dingen te verkennen, vertrouwen om te experimenteren, en misschien ook wel wat ruimte in het rooster om met collega’s na te denken over onderwijsontwikkeling. Ik ben niet op zoek naar een compleet andere functie, maar wel naar een manier waarop ik mijn ervaring en ideeën meer kan inzetten dan nu het geval is. Ik heb iets te bieden en ik wil graag dat dat nog meer tot zijn recht komt.

Heb je steun ervaren vanuit de organisatie?

Ja, gelukkig wel. Mijn leidinggevende herkende mijn behoefte aan ontwikkeling. Zij gaf aan dat ik recht heb op een aantal uren om aan professionalisering te besteden via de cao mbo, en dat er binnen de school ruimte is om nieuwe rollen op te pakken. Ze vroeg me wat ik nodig heb om weer enthousiast te worden. Alleen al die vraag deed iets met me. Het gevoel dat je ertoe doet en dat er met je wordt meegedacht — dat is zó belangrijk. Ook biedt de school loopbaanbegeleiding aan. Met mijn coach kon ik sparren over mijn drijfveren, talenten en vervolgstappen.

Wat zou je collega’s willen meegeven die zich net als jij afvragen of ze vastzitten?

Praat erover. Echt. Vaak blijf je met zulke gedachten in je hoofd rondlopen, maar zodra je het uitspreekt, ontdek je dat je niet de enige bent. Je hoeft niet meteen radicaal iets anders te doen. Soms zit de oplossing in kleine aanpassingen: andere lesinhoud, tijdelijk een nieuw project, een opleiding volgen of collega’s coachen of inspiratie opdoen buiten je vaste team. Maar je moet het wel zelf aankaarten. Wacht niet tot het gevoel van stilstand te groot wordt.

Ga het gesprek aan met je leidinggevende en stel samen een concreet ontwikkelplan op: wat wil je leren, welke stappen horen daarbij en wanneer wil je dat bereiken? Leg het vast, zodat het niet blijft bij goede bedoelingen maar echt een plek krijgt in je werk. Pas daarna zou ik kijken naar wat de cao biedt. Maar het begint wat mij betreft bij je eigen nieuwsgierigheid om het gesprek te starten.

Verder raad ik collega’s aan om actief te vragen naar wat er binnen de mbo-school mogelijk is. Is er loopbaanbeleid Wat is het budget voor scholing, coaching of bijvoorbeeld een post-hbo of master? Vaak zijn er meer regelingen dan je denkt, maar moet je zelf het initiatief nemen om ze te benutten.

“Blijf niet te lang hangen in het gevoel dat ‘dit het is’. Durf in beweging te komen. Binnen je school is vaak meer mogelijk dan je denkt.”

Wat hoop je de komende jaren nog te bereiken?

Ik hoop mezelf opnieuw te kunnen uitdagen binnen deze organisatie. Misschien als specialist Nederlands binnen het curriculum, of als mentor van nieuwe docenten. Ik geloof nog steeds in de waarde van mbo-onderwijs, en ik wil daarin betekenisvol blijven. Niet alleen voor studenten, maar ook voor mezelf.

Deze activiteit is mede mogelijk gemaakt met MDIEU-subsidie van het ministerie van SZW.

Meer Praktijkvoorbeelden