Ga direct naar de inhoud

Inzicht in uitval van mbo medewerkers: fysieke belasting

Steeds meer mbo‑medewerkers verlaten het onderwijs binnen de eerste jaren. Uit onderzoek van SOM blijkt dat één op de vijf nieuwe mbo‑docenten al na één jaar uitstroomt, oplopend tot ruim 30 procent na drie jaar. Om beter te begrijpen waarom dit gebeurt en wat scholen kunnen doen om medewerkers te behouden, ontwikkelde SOM vijf casussen gebaseerd op onderzoek naar levensfasen, werkbeleving envertrekredenen.

Deze casussen zijn uitgewerkt in de vorm van persona’s: fictieve, maar realistische mbo‑professionals die laten zien hoe werkomstandigheden, werkdruk, begeleiding en persoonlijke factoren invloed hebben op werkplezier en duurzame inzetbaarheid. De persona’s maken het mogelijk om open te praten over knelpunten zonder dat echte medewerkers zich kwetsbaar hoeven op te stellen.

Ton is één van deze persona’s. Als docent Autotechniek laat hij zien hoe goede begeleiding en het gesprek met leidinggevenden over het omgaan met studentengedrag helpt. Zijn verhaal biedt herkenning én praktische handvatten voor iedereen die in het mbo werkt.

Kun je wat over jezelf vertellen?

Mijn naam is Ton van Leeuwen en ik ben 57 jaar oud. Ik woon in Schagen en werk deeltijd als instructeur autotechniek op een mbo-school. Ik heb 28 jaar als autotechnicus gewerkt en mag nu mijn praktijkervaring overbrengen aan de studenten. Zoals mijn werk al laat zien, houd ik van auto’s. In mijn vrije tijd klus ik graag aan mijn knalgele Chevrolet Camaro uit 1973 met een V8 op lpg. Ik rijd er in het weekend graag mee naar oldtimermeetings of markten in de regio, waar ik op zoek ga naar onderdelen, gereedschap of gewoon een lekker visje.

Waarom besloot je om mbo-instructeur te worden?

Ik houd van het vak autotechniek. Mijn lichaam ging helaas op een gegeven moment wat minder mee. Ik kreeg last van mijn rug en knieën. Toen opperde mijn nichtje of docentschap niet wat voor mij is. Stagiairs heb ik altijd met plezier begeleid, dus het doorgeven van mijn kennis en liefde voor het vak aan de nieuwe generatie sprak me eigenlijk enorm aan. Ik besloot een dagje mee te lopen op een mbo-school en toen was ik om. Wel moest ik mijn papieren halen daarvoor, dus ik heb een associate degree voor onderwijsondersteuners afgerond. Inmiddels werk ik al een aantal jaar met veel plezier op mijn school.

“Als ik mijn studenten iets van begin tot eind goed zie repareren, dan ben ik blij.”

Ik zou mezelf omschrijven als een rustige, nuchtere man die altijd openstaat voor een praatje. Mijn studenten waarderen meestal mijn droge, flauwe humor wel. Ik verwacht van mijn studenten dat ze zich inzetten en respect tonen, iets wat ik zelf ook altijd doe. Ik ben daarin eerlijk, rechtdoorzee, maar houd wel oog voor die studenten die vastlopen.

Hoe ziet jouw dag eruit?

Ik geef ongeveer vier tot vijf lessen per dag en werk drie dagen. Samen met een collega verzorgen we lessen over alles wat met autotechniek te maken heeft. Zo leren de studenten onderhoudsbeurten uitvoeren, diagnoses te stellen, reparatieadvies te geven en moeten ze onderdelen vervangen zoals de bougies. Voor de studenten van niveau 2 tot en met 4 is de juiste beroepshouding belangrijk, maar zeker ook hoe je veilig werkt. En ook de activiteiten waar je misschien minder snel aan denkt als automonteur, zoals milieubewust werken en het documenteren van werkzaamheden. Toekomstige klanten en/of werkgevers willen wel weten wat je als automonteur doet.

Waar loop je tegenaan?

Net zoals dat ik iets verwacht van mijn studenten, verwacht ik ook iets van het management. Ik heb weleens een vervelend incident gehad rondom een student waarbij ik hulp verwachtte van het management. De student zat niet goed in zijn vel en reageerde dit af op mij. De ondersteuning die ik kreeg was in mijn ogen niet voldoende. Ik ben daarover het gesprek aangegaan en dit heeft wel geholpen.

Hoe ben je dat gesprek aangegaan?

Ik ben rechtdoorzee, dus vond het niet moeilijk om het gesprek aan te gaan. Wel heb ik het gesprek goed voorbereid. Zo ben ik bij mezelf nagegaan waar ik behoefte aan had en hoe het in mijn ogen anders kon. Voor mijn gevoel werden mijn klachten niet serieus genomen, waardoor ik ook niet kreeg waar ik om vroeg. En fouten maken kan, dat doe ik zelf ook, maar we moeten wel blijven leren met en van elkaar. Dus ik ben met mijn ervaringen en concrete ideeën over hoe het ook kan naar het management gestapt. Het was spannend, maar leverde een goed en constructief gesprek op!

En nu?

Gelukkig merk ik dat het management het ook een goed gesprek vond, want ik merk verschil. Als mijn collega’s of ik een probleem hebben, dan zijn er duidelijke richtlijnen over wie wat wanneer oppakt of hoe te ondersteunen. Dat helpt in de gesprekken en elkaar scherp houden. Die duidelijke richtlijnen zijn ook op werkbaarheid getoetst, zodat het ook aansluit op de praktijk. Het management heeft geleerd en waardeert het ook meer om feedback te ontvangen. Dat werkt fijn. In de organisatie wordt veel meer gewerkt met feedback geven aan elkaar zonder dat dit als ongemakkelijk of aanvallend ervaren wordt.

Welke tips geef je aan iemand die ook het gesprek wil aangaan en aan het management?

Het is belangrijk om een werkomgeving te creëren waarin iedereen zich durft te uiten. Investeer in een feedbackcultuur als management en als team. Zo sta je open voor verbeteringen en kun je aangeven waar je behoefte ligt. Mocht iets niet kunnen vanuit het management, is het belangrijk om daar duidelijk over te communiceren. Licht toe waarom iets wel of niet gebeurt en ga er niet vanuit dat mijn collega’s of ik altijd met vragen terugkomen bij onduidelijkheden. Tegelijkertijd is het wel belangrijk dat wij medewerkers ons blijven uiten en vragen blijven stellen.

Bereid een gesprek goed voor. Weet wat je wil zeggen. Als je het zelf al niet weet, dan weet de ander het zeker niet. En houd het bij feiten én gevoel. Dus houd het bij jezelf in plaats van te zeggen dat het management nooit luistert. En bedenk duidelijk wat je als uitkomst hoopt. Kom daarvoor met ideeën of oplossingen, want dan maak je het meteen concreet.

Je kunt ook met je team over behoeften spreken. Op de pagina Expeditie teamdialoog staat handige informatie over hoe je dat met je team kunt oppakken. Ik heb dat ook bij mijn leidinggevende neergelegd en nu besteden we tijdens de teamoverleggen aandacht aan allerlei vraagstukken die leven onder de teamleden. In de cao 2025-2026 is dat het loopbaangesprek op verzoek van de werknemer gedurende het hele jaar kan plaatsvinden, los van het functioneringsgesprek. In elk geval maakt het loopbaangesprek onderdeel uit van het functioneringsgesprek als dat plaatsvindt.

Deze activiteit is mede mogelijk gemaakt met MDIEU-subsidie van het ministerie van SZW.

Meer Praktijkvoorbeelden