Ga direct naar de inhoud

Inzicht in uitval van mbo medewerkers: begeleiding zij-instromers

Steeds meer mbo‑medewerkers verlaten het onderwijs binnen de eerste jaren. Uit onderzoek van SOM blijkt dat één op de vijf nieuwe mbo‑docenten al na één jaar uitstroomt, oplopend tot ruim 30 procent na drie jaar. Om beter te begrijpen waarom dit gebeurt en wat scholen kunnen doen om medewerkers te behouden, ontwikkelde SOM vijf casussen gebaseerd op onderzoek naar levensfasen, werkbeleving en vertrekredenen.

Deze casussen zijn uitgewerkt in de vorm van persona’s: fictieve, maar realistische mbo‑professionals die laten zien hoe werkomstandigheden, werkdruk, begeleiding en persoonlijke factoren invloed hebben op werkplezier en duurzame inzetbaarheid. De persona’s maken het mogelijk om open te praten over knelpunten zonder dat echte medewerkers zich kwetsbaar hoeven op te stellen.

Valerie is één van deze persona’s. Als zij-instromer en docent Scheikunde laat zij zien hoe hoe belangrijk individuele begeleiding is. Dat fouten maken mag, en haar team een open houding heeft helpen ook. Haar verhaal biedt herkenning én praktische handvatten voor iedereen die in het mbo werkt.

Kun je wat over jezelf vertellen?

Mijn naam is Valerie van Bossé. Ik ben 33 jaar, getrouwd en woon in Utrecht. Sinds een paar maanden werk ik als zij-instromer in het mbo-onderwijs. Ik verzorg drie dagen per week het vak Scheikunde. Voorheen was ik onderzoeker in de chemie. In mijn vrije tijd tuinier ik graag, lees ik veel en kook ik met aandacht voor gezondheid en balans. Ik ben nauwkeurig, energiek en denk graag mee met anderen. Verbinding met mensen is voor mij heel belangrijk.

Waarom heb je de overstap gemaakt naar het mbo-onderwijs?

Na mijn master en jaren in het lab merkte ik dat ik iets miste. De impact die je maakt als onderzoeker is vaak indirect. Ik wilde iets doen wat dichter bij mensen ligt. Toen ik me realiseerde dat ik jongeren kon helpen groeien én mijn vak kon overbrengen op een praktische manier, wist ik dat ik het onderwijs in wilde. Die keuze kwam echt uit mijn hart.

Hoe is jouw start als zij-instromer verlopen?

Ik had een vliegende start. Mijn teamleider en coach waren goed voorbereid, ik kreeg een rondleiding, mijn rooster lag al klaar, en ik kon meteen meedraaien. Dat gaf veel rust. De mogelijkheid om eerst bij collega’s mee te kijken hielp enorm om mijn opleidingsdagen te verbinden aan de praktijk. En ja, die eerste les was spannend — maar achteraf viel het mee. De studenten waren nieuwsgierig en warm. Ze zagen mij niet alleen als docent, maar ook als mens met een ander verhaal. Ze konden dit waarderen.

Wat vind je het leukste aan je werk tot nu toe?

Het directe contact met de studenten. Ik geniet van hun vragen, hun nieuwsgierigheid en hun groei. Als een student zegt: “Nu snap ik het eindelijk, mevrouw!”, dan voel ik dat het verschil dat ik wilde maken echt binnen handbereik ligt. Ook het vertrouwen van collega’s, de ruimte om ideeën in te brengen, en het samenwerken aan goed onderwijs geven mij veel voldoening.

Waar loop je soms tegenaan?

Ik moet nog wennen aan het tempo van het onderwijs en aan alles wat naast het lesgeven komt kijken: administratie, systemen, formats… Dat is even wennen na het onderzoeksveld, waar alles veel meer op één onderwerp is gericht. De administratieve rompslomp is een secundaire taak die tijd vraagt, maar door tips van collega’s en doordat ik beter leer werken met de verschillende systemen, gaat dit steeds sneller. Soms moet je ook zelf zaken uitzoeken zoals: groepsdynamieken en klasindelingen. Niet iedereen heeft altijd direct tijd om te helpen. Het zelf uitzoeken en ontdekken van deze zaken, maakt mij zelfstandiger en ik merk dat ik steeds sneller mijn weg weet te vinden.

Wat helpt jou hier om je verder te ontwikkelen als docent?

Individuele begeleiding maakt voor mij het verschil. Ik heb regelmatig gesprekken met mijn coach en teamleider. Daarin bespreken we concrete stappen, maar ook hoe het met mij gaat. Dat zorgt ervoor dat ik me serieus genomen voel, ook als starter. De openheid van mijn team helpt ook: ik mag fouten maken, ik mag vragen stellen, en mijn inbreng wordt gewaardeerd. Dat geeft vertrouwen.

Hoe kijk je naar je rol als zij-instromer binnen het team?

Ik zie mezelf als een frisse blik. Door mijn ervaring buiten het onderwijs stel ik soms vragen over bijvoorbeeld een werkwijze of aanpak die voor anderen vanzelfsprekend zijn. Dat levert nieuwe inzichten op. Ik voel dat mijn collega’s mijn ideeën serieus nemen, en dat motiveert enorm. We leren van elkaar en dat is voor mij precies wat een goed team moet doen.

“Met goede begeleiding en ruimte om te groeien voel ik me geen zij-instromer meer, maar volwaardig onderdeel van het team.”

Heb je nog tips voor andere zij-instromers bij wie de start minder soepel gaat?

Zorg dat je je goed laat begeleiden. Vraag om een mentor of coach, en wees niet bang om hulp te vragen. Als zij-instromer sta je niet alleen. Bij het volgen van het Pedagogisch Didactisch Getuigschrift (PDG)-traject, is de mbo-school verantwoordelijk voor het bieden van passende begeleiding. Dit omvat onder andere coaching, lesbezoeken en feedbackgesprekken. Als zij-instromer kun je deze begeleiding, reflectie en feedback goed gebruiken.

Plan verder voldoende tijd in om je voor te bereiden, vooral in het begin. Deze tijd is bedoeld voor lesvoorbereiding, coaching, intervisie en andere vormen van begeleiding. Voor zij-instromers is het van belang dat zij deze tijd goed benutten.

En als de gesprekken met je leidinggevende over je behoefte aan begeleiding weinig opleveren, kun je contact opnemen met de personeelsadviseur of HR-afdeling van de school. Het is ook handig om lid te zijn van een vakbond zoals de AOb of CNV Onderwijs. Zij kunnen je adviseren en ondersteunen bij het afdwingen van je rechten. Er zijn ook organisaties die gespecialiseerd zijn in de begeleiding van zij-instromers, zoals de CED-Groep. Zij-instromers kunnen ook daar contact mee opnemen als de begeleiding binnen de mbo-school niet voldoet.

Tot slot is het belangrijk om jezelf de ruimte te geven om te leren. Je hoeft niet alles meteen perfect te kunnen. Studenten prikken daar dwars doorheen, en dat maakt het contact juist mooi en echt. Durf jezelf te zijn voor de klas!

Wat zou je willen dat scholen (nog meer) doen voor zij-instromers?

Als werkgever is het belangrijk dat je beseft dat een goed inductiebeleid zorgt voor een fijne start en eventuele uitval kan voorkomen. Ik denk ook dat een goede start valt of staat met structuur en betrokkenheid. Een meeloopdag, een duidelijk rooster, toegang tot lesmateriaal en regelmatige check-ins maken echt het verschil. Maar ook: geef ruimte aan het persoonlijke verhaal van de zij-instromer. Zie niet alleen de kennis die iemand meebrengt, maar ook de andere ervaring die je team verrijkt. Dat gevoel van erkenning motiveert om te blijven. Scholen kunnen ook inspiratie halen uit de informatie die SOM deelt over introductieprogramma’s voor medewerkers. Zie bijvoorbeeld de inspirerende video over een programma voor zij-instromers: Eerste hulp bij lesgeven: voorkom uitval onder startende docenten.

Hoe zie je jouw toekomst in het mbo?

Ik ben pas net begonnen, maar ik voel me hier op mijn plek. Ik wil doorgroeien tot een hele goede docent en daarna misschien ook meedenken op curriculum-niveau, en het trekt me om andere startende zij-instromers begeleiden. Voor nu ben ik vooral blij met elke les die goed loopt en elk moment waarin ik zie dat een student groeit. Dat is voor mij de kern van dit vak en precies waarom ik de overstap heb gemaakt.

Deze is activiteit is mede mogelijk gemaakt met MDIEU-subsidie van het ministerie van SZW.

Meer Praktijkvoorbeelden